30-11-04

Doorbraak in onderzoek waterstof?

Amerikaanse wetenschappers hebben een doorbraak gemeld in het onderzoek om op relatief goedkope wijze waterstof te produceren dat als brandstof kan dienen. Dat meldt het persbureau AFP. Waterstof vormt mogelijk de ideale brandstof van de toekomst, maar het produceren ervan is vooralsnog een dure zaak.

Wetenschappers van het Amerikaanse Idaho National Engineering and Environmental Laboratory (INEEL) hebben samen met het bedrijf Ceramatec naar eigen zeggen een belangrijke stap gezet om waterstof in de nabije toekomst grootschalig te gaan produceren.

“Aan de hand van een computermodel kunnen de onderzoekers aantonen dat ze waterstof van heet water kunnen scheiden met behulp van een nucleaire reactor,” aldus het persbureau. “Deze methode levert meer waterstof op dan de gangbare methode van elektrolyse, waarbij water met behulp van elektriciteit wordt gesplitst in waterstof en zuurstof.”

Het omzetten van water in waterstof lukt volgens de onderzoekers in een reactor bij hoge temperaturen voor 45 tot 50 procent, terwijl dat percentage bij elektrolyse op slechts 30 procent ligt. Volgens onderzoeker Stephen Herring van INEEL is de methode met een nucleaire reactor ook goedkoper en milieuvriendelijker.

De Amerikaanse president Bush kondigde vorig jaar een ambitieus programma aan om stevig te investeren in waterstoftechnologie. “Daarvoor is een bedrag van 1,2 miljard dollar uitgetrokken,” aldus AFP. “Zo hoopt de Amerikaanse regering in de toekomst minder afhankelijk te worden van buitenlandse olie.”

De methode om waterstof met behulp van een nucleaire reactor te winnen, heeft echter wel één nadeel. “De methode is gebaseerd op de vierde generatie reactorsystemen, die in de Verenigde Staten niet bestaan. Er bestaan echter wel plannen om speciaal voor het produceren van waterstof een demonstratiereactor van dit type bouwen in de staat Idaho.”

21:50 Gepost door Marcho | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Ouderen zijn al aan het werk

Er wordt volop gepraat om oudere werknemers opnieuw in het arbeidscircuit te krijgen. Maar alvast in Nederland blijkt dat het voorbije decennium de tewerkstellingsgraad van 50-plussers is gegroeid. Dat blijkt uit cijfers van het Nederlands Centraal Bureau voor Statistiek (CBS).

(Foto: Nu meer ouderen aan het werk dan tien jaar geleden? – LA J)

“De arbeidsdeelname van ouderen is in de afgelopen tien jaar in alle leeftijdsgroepen gestegen,” aldus het CBS. “Vooral de 55- tot 59-jarigen hebben vaker een baan, want hun arbeidsdeelname steeg van 38 naar 53 procent. De toename was het sterkst bij de mannen in de leeftijdsgroep van 55 tot 59 jaar, want daar merkte men een stijging van 57 tot 73 procent.”

Ook bij de 60- tot 64-jarige mannen is er volgens de cijfers van het CBS een forse toename van bijna 18 procent tot 27 procent. “Dit komt omdat mannen op latere leeftijd stoppen met werken,” aldus de onderzoekers.

De toename van de arbeidsdeelname bleek bij vrouwen nochtans sterker te zijn dan bij mannen. “Vooral in de groep 50- tot 54-jarigen steeg de arbeidsdeelname snel, van minder dan 33 procent tot 54 procent,” laten de CBS-cijfers lezen. “Ook in leeftijdsgroepen van 55 tot 59 jaar en 60 tot 64 jaar nam de arbeidsdeelname van vrouwen sterk toe. Dat komt omdat vrouwen uit jongere generaties vaker betaald werk willen.”

Maar Nederlandse jongeren denken nog altijd aan eerder stoppen met werken. Dat blijkt uit een enquête van de Nederlandse Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen. Daaruit bleek dat scholieren eraan denken om op hun 60ste te stoppen met werken. Werkende jongeren daarentegen willen er al hun 56ste mee ophouden. Een kwart van de geïnterviewden dacht het pensioen geheel op eigen kracht bijeen te kunnen sparen. Ruim eenderde dankt dit via een collectieve pensioenregeling bij de werkgever doen.

20:20 Gepost door Marcho | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Wordt retail een servicesector?

De kleinhandel wordt steeds meer een servicebedrijf. Het blijkt de strategie te zijn om zich duidelijk te profileren. Dat komt naar voor uit diverse onderzoeken in binnen- en buitenland. Zowel de buurtwinkel als de supermarkt bieden vandaag veel meer sectorvreemde producten en diensten aan.

(Foto: Het aanbod van de detailhandel wordt steeds breder. – LA J)

Uit de resultaten van een rondvraag, die in opdracht van Unizo Vlaams-Brabant werd uitgevoerd, blijkt dat 14 procent van de plattelandswinkels in Vlaams-Brabant een dalende omzet kent. Negen procent van de uitbaters ziet de toekomst van zijn zaak somber in en 39 procent is ervan overtuigd dat hij zijn zaak zal moeten sluiten bij het einde van de eigen loopbaan.

Dit onderzoek vormt de basis van een ondersteuningsproject voor plattelandswinkels, gefinancierd door de Vlaamse overheid en gelanceerd door Unizo Vlaams-Brabant. In het kader van het onderzoek bakende het Adviesbureau Marketing en Onderzoek (ABM) 140 plattelandskernen af met minder dan 2.500 inwoners en ondervroeg het 400 gezinnen en 150 handelaars.

Volgens Guy Robben van ABM is de grote uitdunning van plattelandswinkels die zich de afgelopen decennia voltrok, nu sterk vertraagd en doen de resterende zaken het overwegend goed. In de 140 kernen telden de onderzoekers 1.436 handelspanden, waarvan 7 procent leegstaand. Ruim 55 procent van de uitbaters ziet de toekomst positief in en 50 procent maakt melding van een gestegen omzet. Robben voorspelt echter vooral in de horeca en bij beenhouwers en bakkers sluitingen.

Hoewel 50 van de 140 dorpskernen niet beschikken over een voedingswinkel - in kernen tot 1.000 inwoners loopt dit op tot 65 procent - voelt een meerderheid van de plattelandsgezinnen het ontbreken van een product of dienst niet aan als een gemis. Gezinnen missen voornamelijk brood (25 procent), vlees en algemene voeding (19 procent). Soms mist men ook een apotheker, een krantenwinkel, een financiële instelling en een verkooppunt voor postzegels. Het gemis neemt sterk toe bij 65-plussers en bij ondervraagden die afhankelijk zijn van anderen om zich te bevoorraden.

Unizo wil uitbaters begeleiden en de servicewinkel promoten. “Deze kan, naast het aanbieden van dagdagelijkse producten, ook dienst doen als een ophaalpunt voor droogkuis of de verkoop van postzegels,” aldus de organisatie. Daarnaast vraagt Unizo de overheden om werk te maken van multifunctionele dorpscentra, waar naast een café en dorpswinkel ook diensten zoals OCMW, kinderopvang en bankinstellingen aanwezig zijn. Gemeenten moeten in hun ruimtelijke structuurplannen aandacht hebben voor deze problematiek want grootschalige handelsinplantingen hebben een negatief effect op de leefbaarheid van de plattelandswinkel,” aldus Unizo.

Winkels moeten het blijkbaar steeds meer hebben van extra services. Dat blijkt ook uit een onderzoek van retailconsultant IRI Nederland, dat een onderzoek deed bij Nederlandse drogisterijen. Die markt kent er een groei met drie procent, maar wordt volgens de onderzoekers vooral gekenmerkt door sectorvreemde producten. De drogist verkoopt tegenwoordig allerlei producten - speelgoedtreinen, loopauto's, kleding, elektronica en mobiele telefoons - die niets met het traditionele aanbod van doen hebben,” aldus de onderzoekers. In sommige drogisterijen zou dat sectorvreemde aanbod oplopen tot veertig of vijftig procent van de omzet. Ook hier blijkt het belang van de A-merken af te nemen.

Ook supermarkten blijken hun aanbod steeds uit te breiden, waarbij non-food aanbiedingen blijkbaar bedoeld zijn als actie om klanten naar de winkel te lokken. “Steeds vaker verkopen grote supermarkten non-food, van elektronica tot kleding,” merkt het magazine Retailtrends op. “Het wordt in grote partijen goedkoop ingekocht en ook weer tegen lage prijzen doorverkocht.”

Er wordt verwezen naar computers bij Aldi, maar ook bijvoorbeeld kleding bij het Britse Asda, dat inmiddels in Groot-Brittannie meer kleding verkoopt dan Marks & Spencer. “Naast hardware verkopen veel supermarkten ook diensten, zoals telefoonabonnementen, reizen en verzekeringen,” wordt er opgemerkt. “Inmiddels is Aldi met zijn kunstverkopen weer een stap verder gegaan.”

Het blijkt volgens Retailtrends dat veel van deze non-food aanbiedingen feitelijk bedoeld zijn als actie om klanten in de winkel te krijgen en die vervolgens ook gewoon de levensmiddelen te laten kopen. “Immers, voor promoties met levensmiddelen loopt de consument lang niet meer zo warm als voor een pc-aanbieding,” aldus het tijdschrift.

19:16 Gepost door Marcho | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Belgische varkens opnieuw welkom in China?

Er is goede hoop dat België eerlang weer varkensvlees zal kunnen uitvoeren naar China. Tijdens de voorbije handelsmissie kreeg minister van buitenlandse handel Fientje Moerman van vice-eerste minister Wu Yi te horen dat de Chinese autoriteiten alvast zoeken naar een snelle oplossing voor het nog steeds geldende invoerverbod op varkensvlees vanuit België.

(Foto: De moderne varkensteelt heeft heel wat toekomst.)

Sinds 2002 is de export van Belgisch varkensvlees en afgeleide producten naar China geblokkeerd omwille van één geval van varkenspest, dat werd vastgesteld in de Oostkantons. Sindsdien werd geen enkel geval meer gesignaleerd. Aan de Chinese gezondheidsautoriteiten werden de nodige wetenschappelijke documentatie en bewijsmaterialen overgemaakt om de opheffing van het invoerverbod te staven.

De productie van varkensvlees is hoofdzakelijk in Vlaanderen gesitueerd en met een omzet van 1,17 miljard euro neemt varkensvlees een belangrijk deel in van de export van Vlaamse land- en tuinbouwproducten. België is het derde grootste exportland van varkensvlees ter wereld. In 2002 bedroeg die bijna 547.000 ton, zowat 42 procent van de totale vleesexport.

De problemen van de voorbije jaren heeft de varkenssector echter voorzichtiger doen worden. “De dioxinecrisis heeft ons geleerd dat we ons in de toekomst niet langer te afhankelijk mogen maken van de uitvoer naar verre bestemmingen,” merkt Luc Verspreet, directeur van de coöperatieve Covavee, in een interview met Vilt op. “Vandaag exporteert Covavee nog de helft van zijn productie, maar dan wel naar een goed gediversifieerde en evenwichtige klantenportefeuille om de risiscofactor te beperken.”

Dat was ooit anders. Covavee had in 1996 het Lokerse vleesverwerkend bedrijf Vapo overgenomen. “De business draaide zo goed dat de ruim vijfhonderd varkensboeren van Covavee de export naar exotische bestemmingen binnen bereik zagen,” aldus nog Verspreet. “Maar dan moest de coöperatie wel industrieel kunnen uitbenen. Vapo, dat 1.200 ton varkensvlees per week verwerkte, paste perfect in dat kader.”

Covavee werd in 1966 opgericht om het verkeer te regelen tussen boer en groothandelaar, waardoor de leden van de coöperatie verzekerd moesten zijn van een eerlijke prijs. Maar omdat de varkenshouders voor hun afzet niet langer wilden teren op de losse verhouding met de slachthuizen, werd in 1983 het slachthuis en vleesgroothandel Comeco uit Hoogstraten-Meer overgenomen. “Dat was een eerste revolutionaire stap in de verticale keten van de vleesverwerking,” vertelde Verspreet aan Vilt.

Omdat het aantal groothandelaars voortdurend daalde en de markt van karkassen in elkaar zakte, begon Comeco gaandeweg ook zelf met de versnijding en uitbening van de vleesproducten. “Er volgde de aankoop van een tweede slachthuis (Covameat) in het West-Vlaamse Wijtschate en in de jaren tachtig en negentief was het relatief gemakkelijk om goed te boeren,” aldus nog Verspreet. “De varkens waren er, het kwam er alleen op aan bij de slacht en de vleesverwerking de kosten te beheren en een kwaliteitsproduct af te leveren. Europa was – met de eenmaking van Duitsland als economische motor – een groeimarkt.”

Ondanks de door Verspreet aangehaalde voorzichtigheid, wil Covavee volgens hem toch blijven inspelen op nieuwe markttendensen. “Het modernste bedrijf van de groep is Carniportion, dat jaarlijks 3.200 ton vlees op maat van de klant bereidt,” vertelde hij aan Vilt. “Het gaat om worst, gehakt, rumsteak, maar ook steeds meer om fondue-, gourmet- en barbecueproducten. Onze voornaamste klanten zijn vandaag de grootwarenhuisketens en klanten die de horeca bevoorraden. Vandaag komt het er op aan om creatief bezig te zijn met productinnovatie.”

Wie vleesbereidingen maakt, heeft volgens Verspreet uiteraard meer nodig dan alleen varkensvlees. “Omdat we in onze varkenshouderijen en in de BRC-gecertificeerde werkmaatschappijen steeds gehamerd hebben op de beste kwaliteit, wilden we zelf runderen gaan slachten,” benadrukte hij. “Daarom nam Covavee in 1998 een derde slachthuis onder de arm, het bedrijf Adriaens in Zottegem. Aanvankelijk werden hier nog meer dan 300.000 varkens geslacht. Maar om de hygiëne en de kwaliteit te verzekeren, besliste de coöperatie om de stromen varkens- en rundvlees strikt te scheiden. Dit jaar zullen bij Adriaens enkel nog 38.000 runderen geslacht worden.”

De uitdaging voor de komende jaren is volgens Verspreet de verruiming van het productassortiment. Daarbij richt men zich op dit ogenblik op het varkensvlees met Omega 3-vetzuren, die onder meer in vette vis en koolzaad- en lijnzaadolie. “Maar omdat die producten hier niet echt gegeerd zijn, krijgt de varkenssector een uitgelezen kans om de consumenten onverzadigde vetzuren aan te bieden die de cholesterol en aderverkalking onder controle houden,” aldus Verspreet. “Misschien dat we een dergelijk product wel met eigen private label kunnen lanceren, iets wat tot hiertoe niet gelukt is.”

Tweederde van het Belgische vleesverbruik passeert langs de winkelrekken van de grootwarenhuizen en dat marktaandeel blijft groeien. “In ons land bestaat een wanverhouding tussen de versnipperde aanbieders en het handvol afnemers,” vertelde Verspreet aan Vilt. “Onze integrale ketenbewaking verleent toegang tot de grootdistributie en de belangrijkste vleeswarenbedrijven, maar in de winkelrekken krijgt ons vlees de meest diverse labels opgespeld. Een beetje jammer, want de consument die op zoek is naar kwaliteitsvlees is niet gediend met een wildgroei aan labels.”

In Nederland ligt de situatie volgens Verspreet compleet anders. “Daar heeft Bestmeat zestig procent van het vleesaanbod in handen, waardoor het bedrijf meer gewicht in de schaal kan leggen,” benadrukte hij. “In België daarentegen kloppen een vijftiental producenten met kwaliteitsvlees aan de deur van de supermarktketens. Die stimulerende concurrentie is positief, want zij houdt iedereen wakker. Maar het zou binnen de internationale context nefast zijn indien Vlaanderen zijn KMO-structuren in de toekomst niet doorbreekt.”

Die toekomst heeft volgens Verspreet ook te maken met kwaliteit. “Kwaliteit opent markten en betaalt zichzelf daardoor terug,” stelde hij. “Covavee sensibiliseert zijn leden door de analyseresultaten van het vlees in de slachthuizen terug te koppelen naar de leden. Zo weet elke varkenshouder precies wat hij in zijn management kan bijsturen om het rendement te verbeteren. Voor de goede varkenshouders is er in Vlaanderen dan ook zeker nog toekomst. Wie de normen respecteert en een lekker product aflevert, kijkt naar de internationale markt in termen van kansen in plaats van bedreigingen.”

17:57 Gepost door Marcho | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Ozoncompromis met Verenigde Staten

Europa is erin geslaagd om met de Verenigde Staten een afspraak te maken over de afbouw van een aantal broeikasgassen. Op de voorbije ozonconferentie in Praag kon immers worden bekomen dat de Verenigde Staten de productie van methylbromide zullen beperken, terwijl ook voor andere producten vorderingen werden gemaakt.

(Foto: Het gebruik van het ozon-aantastende methylbromide wordt verder afgebouwd. – LA J

De voorzitter van de Europese milieuministers, de Nederlandse staatssecretaris Van Geel, zegt tevreden te zijn met de uitkomst van de ozonconferentie in Praag. “Op de conferentie zijn afspraken gemaakt met de Verenigde Staten over het beperken van methylbromide,” merkte hij op. “De Verenigde Staten hebben uiteindelijk ingestemd met een compromis dat er op neer komt dat de productie wordt beperkt en de voorraden worden afgebouwd. Ook is afgesproken dat een aantal toegewezen aanvragen voor methylbromide voor 2006 opnieuw moet worden beoordeeld.”

Methylbromide wordt vanaf 2005 verboden. Bepaalde toepassingen blijven toegestaan, op voorwaarde dat het om noodzakelijk gebruik gaat en er geen alternatieven zijn. Methylbromide wordt nu voornamelijk in landbouw gebruikt als grondontsmettingsmiddel. Vele landen hebben het al bijna helemaal afgeschreven, maar in de Verenigde Staten wordt het middel nog relatief veel toegepast. Wereldwijd is het gebruik van methylbromide teruggedrongen van 900.000 ton in 1986 tot 7.000 ton in 2001.

Ook voor het andere twistpunt, de astma-inhalers met cfk’s, is een oplossing gevonden. De Verenigde Staten, die deze inhalers graag willen blijven gebruiken, krijgen hiervoor voorlopig toestemming. Op de volgende vergadering wordt dit verzoek opnieuw beoordeeld. In Europa worden ook dit soort inhalers bijna niet gebruikt.

Verder werden op de conferentie afspraken gemaakt over het terugdringen van de illegale handel in ozonlaag aantastende stoffen. “Er komt een internationale databank met informatie over beschikbare alternatieven en de handhaving wordt beter op elkaar afgestemd,” aldus Van Geel. “Dit is met name van belang voor ontwikkelingslanden, omdat zij vaak de dupe zijn van deze handel.”

In het Montreal Protocol zijn afspraken gemaakt om de ozonlaag te beschermen. Het Protocol is sinds 1987 in werking en geldt voor 188 landen. Het Protocol heeft als doel alle stoffen te verbieden die ozonlaag aantasten. Ook hier kunnen landen voor sommige toepassingen uitzonderingen aanvragen, op voorwaarde dat er geen alternatieven zijn en de toepassing absoluut noodzakelijk is.

Dankzij het Protocol zijn cfk’s, zoals vroeger in spuitbussen en koelkasten, sinds 1996 in industrielanden verboden. Ontwikkelingslanden hebben tot 2010 de tijd om deze stoffen te verbieden. Er is een speciaal fonds om hen te stimuleren over te stappen op alternatieven.

16:31 Gepost door Marcho | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

We houden van een blauwe wereld

Blauw is de favoriete kleur in de wereld. Dat blijkt uit een internationale enquête bij 13.000 consumenten in 17 landen. Toch heeft het onderzoek opmerkelijke resultaten naar boven gebracht. Zo wordt Pepsi beschouwd als een blauw merk, terwijl Cola een rood merk wordt genoemd.

(Foto: We dragen ook graag blauwe kledij. – LA J)

Het onderzoek is uitgevoerd door MSI-ITM International, Cheskin en CMCD/Visual Symbols Library, een wereldwijde fotografie-instelling die ook in Californië is gevestigd. Het werd gevoerd in Australië, België, Brazilië, Canada, China, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Korea, Mexico, Nederland, Rusland, Zweden, Spanje, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.

Respondenten werden eerst gevraagd om een favoriete kleur te kiezen en daarna te focussen op acht kleuren — rood, blauw, groen, paars, oranje, geel, zwart en wit — en er daarna een waarde aan toe te kennen in associatie met kenmerken, landen, ondernemingen en producten.

“Blauw is overal de favoriete kleur,” stippen de onderzoekers aan. “Maar uit een nadere beschouwing van de researchresultaten komen bijvoorbeeld in Europa enkele interessante verschillen naar voren tussen Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Zo wordt blauw in Frankrijk en Duitsland sterk geassocieerd met positieve kenmerken – fris, vriendelijk en betrouwbaar – terwijl in Groot-Brittannie eerder verwezen wordt naar koudheid en het koningshuis.”

Wereldwijd leggen de meeste consumenten de band tussen blauw en het merk Pepsi, terwijl in Europa het eerst aan Levi’s wordt gedacht. “Het zal geen verrassing zijn dat de Fransen het vaakst aan Visa denken, als associatie met Carte Bleue, die de licenties voor Visa in Frankrijk heeft,” voegen de onderzoekers er aan toe. “Een ander sterk merk in Frankrijk is Danone, dat met betrekking tot blauwheid op gelijke hoogte staat met Levi’s.”

Voor wat betreft de tweede favoriete kleur in de wereld is er ook verschil tussen Europa en andere gebieden. In Latijns Amerika wordt zwart gekozen als de tweede favoriete kleur, terwijl door consumenten in de regio van de Stille Oceaan en Azië meestal voor groen gaan. Europeanen tonen een voorkeur voor rood of paars. Met deze laatste kleur zitten ze op dezelfde golflengte als de Verenigde Staten.

Paars kwam als tweede favoriete kleur naar voren in zowel Engeland als Frankrijk, waar de kleur sterk wordt geassocieerd met leden van het koningshuis, prestige en innovatie. “Het is echter interessant dat Duitsers rood als tweede voorkeur hebben, een kleur die sterk geassocieerd wordt met liefde, gevaar en opwinding,” aldus de onderzoekers.

De Duitsers brengen rood het meest in verband met auto’s. De Fransen, die rood ook associëren met gevaar en opwinding, denken vooral aan vlees. “Toch is Coca-Cola het roodste merk in Frankrijk, op de voet gevolgd door Marlboro,” aldus de onderzoekers. “De Duitsers denken het eerst aan Marlboro en daarna aan Coke.”

14:47 Gepost door Marcho | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Retro is in en winstgevend

Het verleden is weer trendy. Dat leidt het magazine Forbes af uit de hernieuwde belangstelling voor the Ramones, Pac-Man, Star Wars en Gilligan’s Island. Forbes stelt meteen dat dit een gemakkelijk inkomen is voor de bedrijven die de rechten op de producten hebben en het zelfs een extra kan opleveren voor nieuwe bedrijven.

(Foto: The Ramones, weer helemaal in.)

Zelfs de iPod van Apple getuigt volgens Forbes-journalist Ed Lin van het succes van deze flashback-economie. “De technologie zelf is bijzonder vooruitstrevend, maar de muziek die erop gedraaid wordt – gaande van Beach Boys tot Johnny Cash – is dat dikwijls heel wat minder,” merkt hij op. “Binnenkort komt iTunes zelfs met een speciale U2 iPod op de markt, misschien wel de eerste performer-branded muziekspeler sinds Elvis Presley en The Beatles.”

Ed Lin stelt dat de U2 iPods de autogrammen van de bandleden zullen hebben en bij die gelegenheid wil iTunes ook een speciale download verkopen met de 400 nummers uit de U2-catalogus. “Op die manier blijft de muziek van de jaren tachtig relevant in de nieuwe eeuw,” stelt hij.

Ook qua verdiensten blijft het verleden volgens Ed Lin goed scoren. “Uit de lijst van dode beroemdheden, blijkt dat Elvis vorig jaar 40 miljoen dollar verdiend te hebben. John Lennon kwam aan 21 miljoen dollar en George Harrison 7 miljoen dollar,” stipt hij aan. “De verdiensten van de twee laatsten zullen nog toenemen na de heruitgave van een Beatles-box met de albums van hun eerste Amerikaanse optredens.”

Maar het is volgens Lin niet alleen oudere muziek die weer populair is. “Ook oude films, videogames en televisieshows op dvd worden weer uitgebracht,” stipt hij aan. “Dat is onder meer het geval met de Star War-films, de Atari-spelletjes. In totaal brengt Atari 85 spelletjes opnieuw op de markt. De Atari Anthology omvat zeldzame spelletjes die sinds het midden van de jaren tachtig niet meer gezien zijn.

Heruitgaves zijn volgens Ed Lin dan ook veel zekerder dan het uitbrengen van nieuw materiaal. “Er is al een publiek voorradig en men hoeft zich veel minder zorgen te maken over royalties,” stelt hij. “Jamie Fenton, schepper van het legendarische Gorf-spel, benadrukt dat de meeste klassieke games geschreven werden door programmeurs die ingehuurd werden door de bedrijven, die echter eigenaar bleven van de rechten.”

De markt van heruitgaves steeg volgens Lin vorig jaar met 22,7 procent tot een totale omzet van 4,75 miljard dollar. “Muziek nam daarbij 1,74 miljard voor zijn rekening, videogames 37,3 miljoen dollar, films 2,85 miljard dollar en televisieshows 125 miljoen dollar,” voegt hij daar aan toe.

Bovendien lijkt de retro-economie zich perfect te lenen voor cross-selling. “Zo heeft ‘Grand Theft Auto: Vice City’ werd uitgebracht in oktober 2002 en heeft 7,8 miljoen kopies verkocht langs de platforms van Sony en Microsoft,” verduidelijkt hij. “Het hoofdpersonage is vertolkt door Ray Liotta, meest gekend voor zijn hoofdrol in de film Goodfellas (1990). Verder merkt men ook de figuren zoals Dennis Hopper, Burt Reynolds, Philip Michael Thomas (Miami Vice), Lee Majors (Six Million Dollar Man) en Debby Harry. Daarnaast hoort men de songs ‘Billie Jean’ (Michael Jackson) en ‘Out of Touch’ (Hall & Oates).”

Ook VH1 van Viacom heeft volgens Ed Lin duidelijk ingespeeld op het succes van de nostalgische media, met shows zoals ‘I Love the 70s’, ‘I Love the 80s’ en ‘I Love the 90s’ met commentaren op films, muziek, televisie, trends en games uit die periodes. “Deze shows hebben de interesse in die periodes doen groeien,” merkt hij op. “Eind september sloot VH1 de meest succesvolle periode van 19 jaar uitzendingen af.”

Dit jaar is ook een gigantisch succes geworden voor ‘Gilligan’s Island’, de beroemde Amerikaanse televisieshow uit 1964 die nu uitgebracht is op dvd. “Eind deze maand komt er zelfs ‘The Real Gilligan’s Island’, een reality-show die gebaseerd is op de serie en waarbij het echte leven van de deelnemers een weerspiegeling is van de personages. In ‘Gilligan’s Island’ kwam er bijvoorbeeld een professor voor en één van de deelnemers is ook echt een professor aan de universiteit van New York.”

Ed Lin stelt dan ook dat de show ongetwijfeld een succes wordt, maar bovendien op zijn beurt ook een reclame-medium wordt voor de tweede Gilligan-dvd, die in januari op de markt gebracht wordt.

13:19 Gepost door Marcho | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende