16-12-17

Prehistorische landbouw vooral gedragen door vrouwelijke arbeid

Prehistorische vrouwen moesten zoveel handenarbeid verrichten dat ze over sterker armen beschikten dan de leden van het vrouwelijk roeiteam van de Cambridge University. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan het departement archeologie van de Cambridge University op basis van een studie van de beenderen van een groep Centraal-Europese vrouwen die zesduizend jaar geleden de eerste landbouwgeneraties van de mensheid vormden. De onderzoekers hebben het over een verborgen geschiedenis van extreem zware handenarbeid die door vrouwen over een periode van verscheidene duizenden jaren is uitgevoerd.

"Dit fysieke vermogen is waarschijnlijk verkregen door het bewerken van de grond en de manuele oogst van gewassen, net zoals het malen van graan voor de productie van meel,” zegt onderzoeksleider Alison Macintosh. “Deze studie laat zien hoe intensief, variabel en arbeidsintensief de vrouwelijke taken waren. Er kan dan ook gewag worden gemaakt van een verborgen geschiedenis van vrouwenwerk gedurende duizenden jaren. Vondsten van archeologische sites werden vergeleken met de beenderen van levende vrouwen die bij een brede waaier van fysieke activiteit betrokken waren. Gekeken werd naar loopsters, roeisters en voetbalsters, maar ook naar vrouwen met een sedentaire levensstijl.

"Men mag niet vergeten dat bot een levend weefsel heeft, dat reageert op de druk die het lichaam ervaart", zegt Macintosh. "Fysieke impact en spieractiviteit hebben op het bot beide een impact. Het bot reageert op die druk door zich in vorm, kromming, dikte en dichtheid aan te passen.” De benen van neolithische vrouwen, die meer dan zevenduizend jaar geleden leefden, hadden een vergelijkbare botsterkte als moderne roeiers, die tweemaal per dag trainen en gemiddeld 120 kilometer per week roeien. De armen van de neolithische vrouwen bleken echter tussen 11 procent en 16 procent krachtiger dan de bovenste ledematen van de roeisters en bijna 30 procent sterker dan bij de gemiddelde student.

De bronstijd, ongeveer vierduizend jaar geleden, leverde nog meer uitgesproken resultaten op. De armen vrouwen uit die periode waren tussen 9 procent en 13 procent sterker dan bij de hedendaagse roeisters. De botten van vrouwen uit de bronstijd bleken daarentegen 12 procent zwakker. “Deze opmerkelijke armsterkte kan mogelijk verklaard worden door het malen van graan,” zeggen de onderzoekers. "We kunnen niet specifiek zeggen welk gedrag de gevonden botbelasting veroorzaakte. Een belangrijke activiteit in de vroege landbouw was echter het omzetten van graan in bloem. Deze taak werd waarschijnlijk door vrouwen uitgevoerd.”

"Millennia lang is graan manueel tussen twee grote stenen bewerkt,” zeggen de onderzoekers nog. “In hedendaagse samenlevingen waar het graan nog manueel wordt bewerkt, blijken vrouwen tot vijf uur per dag aan deze taken te moeten besteden. De eindeloos repetitieve armbeweging kan de botten in de armen van de vrouwen op dezelfde manier hebben belast als de dagelijkse roeitrainingen. De wetenschappers vermoeden echter dat vrouwen nog andere arbeid dienden te verrichten. De landbouw had immers de ploeg nog niet uitgevonden, zodat gewassen handmatig moesten worden geplant, bewerkt en geoogst.

“Bovendien moesten vrouwen waarschijnlijk ook voedsel en water halen voor de huisdieren, terwijl ze melk en vlees moesten verwerken. Huiden en wol moesten in kleding worden omgezet. De variatie in botbelasting suggereert dat prehistorische vrouwen een brede waaier taken dienden uit te voeren. De bevindingen van de studie suggereren dan ook dat de harde manuele arbeid van vrouwen gedurende duizenden jaren een cruciale factor is geweest in de vroege landbouweconomieën.”

Lees Verder

09:45 Gepost door Marcho in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: landbouw |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.