14-04-18

Weinig mensen kunnen hun activiteitsgraad goed inschatten

De mens slaagt er moeilijk in om zijn fysieke activiteitsniveau correct in te schatten. Dat is de conclusie van een studie van wetenschappers aan de University of Southern California, die een groep van meer dan vijftienhonderd proefpersonen volgde in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Nederland. De resultaten van de studie hebben volgens de onderzoekers ook consequenties voor het gezondheidsbeleid. Er wordt op gewezen dat fysieke activiteit als een cruciaal aspect van een gezond leven worden bestempeld, maar moeten de getuigenissen van het publiek over de eigen situatie met de nodige voorzichtigheid worden benaderd.

“Weinig mensen schatten hun activiteitsgraad correct in", benadrukt hoofdonderzoeker Arie Kapteyn, professor sociaal onderzoek aan de University of Southern California. "Onder meer kon worden vastgesteld dat Amerikaanse respondenten van mening zijn fysiek even actief te zijn als hun Nederlandse of Engelse collega’s. Oudere mensen denken dat ze net zo actief zijn als jonge mensen. Wanneer echter naar de resultaten worden gekeken van de fitness-trackers waarmee de proefpersonen werden uitgerust, komt een heel ander beeld naar voor. In werkelijkheid zijn Amerikanen echter veel minder actief dan Europeanen en zijn ouderen minder actief dan jongeren.”

“Het onderzoek laat uitschijnen dat mensen in verschillende landen of in verschillende leeftijdsgroepen sterk uiteenlopende interpretaties van dezelfde enquêtevragen kunnen hebben,” zegt Kapteyn. De onderzoekers zeggen te vermoeden dat de verschillen in fitness-percepties worden veroorzaakt door culturele en ecologische verschillen. Daarbij wordt er onder meer op gewezen dat de Amerikaanse bevolking in grote mate afhankelijk is van het autovervoer, terwijl in Nederland verplaatsingen naar het werk of de winkel daarentegen frequent te voet of met de fiets worden gedaan.

De studie toonde dat Nederlanders en Engelsen iets meer geneigd waren om zichzelf in het midden van de activiteitsschaal te situeren, terwijl Amerikanen vaker aan de uitersten van spectrum waren terug te vinden en zichzelf bijzonder actief of nagenoeg inactief beoordeelden. Er wordt wel op gewezen dat de verschillen in werkelijk relatief beperkt blijven. “De fitness-trackers onthulden echter een aantal harde waarheden,” geeft professor Kapteyn nog aan. “Amerikanen waren veel minder actief dan Nederlanders en Engelsen. In het inactieve deel van het spectrum kunnen twee keer zoveel Amerikanen als Nederlanders of Britten worden teruggevonden.”

het Nederlands als het Engels. Het percentage Amerikanen in de inactieve categorie was zelfs bijna twee keer zo groot als het percentage Nederlandse deelnemers. Tevens toont de studie dat de activiteit met het ouder worden afneemt. Bij de Amerikaanse senioren zou 60 procent tot de inactieve groep moeten worden gerekend, tegenover respectievelijk 42 procent en 32 procent bij de Nederlanders en Engelsen. Er wordt wel opgemerkt dat in de verschillende leeftijdsgroepen ook afwijkende definities van activiteit worden gehanteerd. “De normen rond activiteit worden op basis van de omstandigheden, inclusief leeftijd, aangepast,” zeggen de onderzoekers nog.

Lees Verder

09:42 Gepost door Marcho in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: activiteit |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.