06-11-11

Amerikaanse burgeroorlog dodelijker dan geraamd

De Amerikaanse burgeroorlog uit het midden van de negentiende eeuw, die al wordt bestempeld als het meest dodelijke conflict in de geschiedenis van de Verenigde Staten, heeft veel meer slachtoffers geëist dan tot nu toe werd aangenomen. Dat is de conclusie van een onderzoek aan de Binghamton University. Volgens onderzoeksleider David Hacker heeft die burgeroorlog minstens 750.000 slachtoffers geëist. Dat is 20 procent meer dan tot nu toe werd aangenomen.

"Tot nu toe werd altijd gezegd dat de Amerikaanse burgeroorlog ongeveer 620.000 slachtoffers heeft geëist," merkt historicus David Hacker op. "Rekening houdend met de Amerikaanse bevolkingsaangroei, zou er nu sprake geweest zijn van 6,2 miljoen doden." De schattingen van het aantal slachtoffers ligt in werkelijk volgens Hacker veel hoger dan wordt geraamd. Hij wijst erop dat geen enkele partij statistieken over het aantal ingezette manschappen heeft bijgehouden. In totaal zouden ongeveer 3 miljoen soldaten aan de gevechten hebben deelgenomen.

Een nauwkeurige analyse van de volkstellingen uit de periodes rond de burgeroorlog moet volgens Hacker tot de conclusie leiden dat er ongeveer 750.000 slachtoffers werden geteld. De Amerikaanse historicus James McPherson, gespecialiseerd in oorlogsgeschiedenis, noemt de cijfers van Hacker aannemelijk. Ook hij zegt altijd van oordeel geweest te zijn dat het dodental werd onderschat. Vooral de 260.000 doden aan de zijde van de confederalen is volgens hem weinig waarschijnlijk.

Hacker voert aan dat twee op drie soldaten stierven aan ziektes, onder meer door de weinig hygiënische omstandigheden in de legerkampen. Daardoor zouden vele slachtoffers zijn bezweken aan ziektes zoals diarree, dysenterie, mazelen, tyfus en malaria.