25-06-11

Bijna zeventig journalisten moeten thuisland ontvluchten

De voorbije twaalf maanden zich bijna zeventig journalisten gedwongen om hun land te ontvluchten. Nagenoeg de helft van de bannelingen is afkomstig uit Iran en Cuba. Dat blijkt uit een rapport van het Committee to Protect Journalists (CPJ). Daarbij werd opgemerkt dat Iran gedurende twee jaar een repressief beleid heeft gevoerd tegen de onafhankelijke pers. De voorbije periode werden achttien journalisten verbannen. Datzelfde cijfer werd opgetekend in Cuba, waar een aantal journalisten na hun vrijlating uit de gevangenis het land werden uitgewezen.

Gevangenschap of het gevaar op arrestaties was volgens de organisatie de belangrijkste drijfveer voor journalisten om hun vaderland te verlaten. Die motivatie bleek voor 82 procent van de gevallen op te gaan. Daarna volgden fysieke aanvallen of dreigingen met geweld (15 procent) en frequente ondervragingen of schaduwen (3 procent). Er wordt aan toegevoegd dat de voorbije tien jaar 649 journalisten omwille van geweld, gevangenschap of intimidatie tot een ballingschap werden gedwongen.

Er wordt aan toegevoegd dat 91 procent van de betrokken journalisten er nooit meer is in geslaagd om naar zijn thuisland terug te keren. In het rapport wordt opgemerkt dat vijf landen - Ethiopië, Iran, Somalië, Irak en Zimbabwe - de voorbije tien jaar verantwoordelijk waren voor bijna de helft van de deportaties. Er wordt aan toegevoegd dat Iran voor het tweede jaar op rij de eerste plaats heeft ingenomen, na de gecontesteerde verkiezingen van twee jaar geleden. Vorig jaar ontvluchtten 29 Iraanse journalisten hun vaderland.