09-01-12

Niemand wil betalen voor cultureel erfgoed Bosnië-Herzegovina

Het cultureel erfgoed van Bosnië-Herzegovina wordt bedreigd. Oorzaak is een onenigheid over de financiële verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de erfgoedsites. Inmiddels zijn volgens BBC News al een aantal culturele instellingen door het gebrek aan financiële middelen. De onenigheid is een gevolg van de Dayton-akkoorden, waardoor de oorlog uit de eerste helft van de jaren negentig werd beëindigd en het land werd verdeeld in twee gebieden, gelinkt door een zwakke centrale regering.

"De centrale regering heeft geen ministerie van cultuur en is niet verplicht om een permanente financiering te voorzien voor sites die tot het nationale erfgoed van Bosnië-Herzegovina behoren," meldt BBC News. "De Bosnische Serviërs weigeren om de controle over de sites over te dragen aan de centrale regering. Daarbij wordt opgemerkt dat elk van de etnische groepen in het land voor zijn eigen erfgoed moet instaan." Het land deed er veertien maanden over om een nieuwe centrale regering te vormen.

Inmiddels hebben de National Gallery en het Historical Museum de deuren al gesloten. Het National Museum verwacht een gedeeltelijke sluiting naarmate de elektriciteitsvoorziening zal worden afgesloten omdat de rekeningen niet konden worden betaald. De verzameling van het National Museum omvat onder meer de Sarajevo Haggadah, een manuscript dat naar Bosnië werd gebracht door een Joodse familie die tijdens de Inquisitie uit Spanje werd verdreven en dat tijdens de tweede wereldoorlog uit handen van Nazi-Duitsland kon worden gehouden.