29-09-09

Gewone werknemer heeft geen gouden parachute

De economische recessie heeft de inkomstenkloof alleen nog maar uitgediept. Dat blijkt uit een onderzoek van de Amerikaanse overheid. Richard Freeman, economist aan de Harvard University, stelt daarbij dat de gewone werknemer immers geen gouden parachute heeft om op terug te vallen en dan ook het zwaarst getroffen wordt door de economische werkloosheid en de stijgende werkloosheid. Uit het onderzoek blijkt dat de 10 procent rijkste inwoners van de Verenigde Staten het voorbije jaar een gemiddelde inkomen hadden van minstens 138.000 dollar per jaar. Dat is 11,4 keer meer dan de Amerikaanse bevolkingsgroep die rond de armoedegrens leeft. Het jaar voordien, voor het uitbreken van de crisis, verdienden de bestbetaalde Amerikanen 11,2 keer meer. Met een verschilcijfer van 11,22 werd zes jaar geleden het vorige record gevestigd.

"Uit het onderzoek blijkt dat in alle Amerikaanse bevolkingsgroepen het voorbije jaar een dalend inkomen werd opgetekend," aldus het persbureau Associated Press. "In de middenklasse en bij de arme bevolkingsgroei was die daling echter sterker dan in de hogere inkomensklasse. De mediaan van het Amerikaanse inkomen viel vorig jaar op 50.303 dollar, tegenover 52.163 dollar het jaar voordien. Daardoor werd het laagste niveau in elf jaar opgetekend. De armoedecijfers stegen tot 13,2 procent, wat eveneens het hoogste niveau is van de voorbije elf jaar." Richard Freeman noemt die cijfers niet verbazingwekkend. Hij voert daarbij aan dat managers en topkaders hun bonussen misschien wel zien teruggeschroefd worden, maar onderaan de hiƫrarchische ladders gaat het meestal om ontslag en werkloosheid.

Uit het onderzoek blijkt dat het inkomen van de 5 procent meestverdienende Amerikaanse gezinnen minstens 180.000 dollar per jaar bedraagt. Dat is 3,58 keer hoger dan de mediaan. Dat is het grootste verschil in twee jaar tijd. Het grootste onevenwicht werd opgetekend in grote steden zoals Atlanta, Washington, New York, San Francisco, Miami en Chicago en achteruitgaande industriesteden zoals Pittsburgh, Cleveland en Buffalo. Opkomende steden met een groeiende middenklasse, zoals Mesa, Riverside, Arlington en Henderson, kenden de minste ongelijkheid. Met een bedrag van 85.003 dollar had Plano, een voorstad van Dallas, het hoogste mediaaninkomen. Helemaal onderaan de rangschikking stond Cleveland met een mediaaninkomen van 26.731 dollar.