13-01-11

Spoorstation Stockholm slaat lichaamswarmte forenzen op

De lichaamswarmte van een groep mensen kan worden gebruikt om gebouwen te verwarmen. Dat zegt het Zweedse vastgoedbedrijf Jernhusen, dat een manier gevonden heeft om de lichaamswarmte van de forenzen in het Stockholm Central Station af te leiden naar een gebouw aan de overkant van de straat. Klas Johnasson, hoofd van de milieudivisie bij Jernhusen, merkt op dat de technologie nochtans al bijzonder oud is, die nu echter op een nieuwe manier wordt gebruikt. Het enige verschil is volgens hem dat de energie tussen twee verschillende gebouwen wordt overgeheveld. Het creëert bovendien een meerwaarde voor het complex. Het gebouw bespaart immers op energiekosten, waardoor het aantrekkelijker is geworden op de vastgoedmarkt.

"Lichaamswarmte is niet onmiddellijk een bron die vaak wordt opgeworpen in strategieën om het energieverbruik te beperken," merkt BBC News op. "Jernhusen stelde echter dat er een oplossing kon worden uitgewerkt om deze energiebron, die meestal verloren gaat, te recupereren." Johnasson stelt dat er dagelijks 250.000 mensen in het centraal station van Stockholm passeren. Al die forenzen hebben volgens Johnasson uit zichzelf al hun natuurlijke lichaamswarmte, maar creëren nog meer warmte door de activiteiten die ze ontwikkelen tijdens hun verblijf in het station. Dat creëert volgens hem een grote warmtebron, die echter verloren gaat wanneer die niet wordt afgetapt.

In plaats van die warmte weg te ventileren, wordt ze door Jernhusen gebruikt om water op te warmen, dat vervolgens in de verwarming van een gebouw aan de overkant van de straat wordt gepompt. "Niet alleen is het systeem milieuvreindelijk, maar het verlaagt ook de energiekost van het verwarmde complex met nagenoeg 25 procent," voert Johnasson aan. Doug King, consulent rond design-innovatie en duurzame ontwikkeling, merkt op dat het systeem in Zweden een aantal voordelen heeft, omdat het land lage wintertemperaturen en hoge gasprijzen kent. De efficiëntie van het systeem wordt volgens hem dan ook grotendeels bepaald door het klimaat en de energieprijzen.