24-01-08

Duitse Spoorweg erkent rol in Holocaust

Spoorwegmaatschappij Deutsche Bahn (DB) erkent dat zijn voorganger Reichtsbahn een cruciale rol heeft gespeeld in de Holocaust-plannen van het Nazi-regime van Adolf Hitler. Dat heeft DB-historica Susanne Kill toegegeven. Zonder de medewerking van de spoorwegmaatschappij zou de industriële moord op miljoenen mensen volgens haar nooit mogelijk zijn geweest.

De Reichsbahn heeft tijdens de tweede wereldoorlog volgens Kill drie miljoen joden en roma-zigeuners – waaronder anderhalf miljoen kinderen – vanuit Duitsland en het bezette Europa in veewagens naar de uitroeiingskampen gevoerd. “De Reichsbahn zorgde voor zorgvuldige tijdstabellen, bestuurders en een perfecte coördinatie met het leger, dat op de spoorwegen altijd voorrang had,” aldus de DB-historica.

De gevangenen werden volgens Susanne Kill zelfs verplicht om een ticket te betalen voor hun verplichte treinreis. Volwassenen moesten vier pfennig betalen per kilometer. Kinderen betaalden twee pfennig. Onder de vier jaar was de treinreis gratis. Treinladingen van minstens 400 mensen kregen een korting van 50 procent. Op die manier verdiende de Reichsbahn miljoenen Reichsmarks aan de dodentransporten.

Rond de rol van de Reichsbahn in de Holocaust is op de Potsdamer Platz in Berlijn de tentoonstelling ‘Special Trains to Death’ geopend. Die zal daarna langs treinstations in heel Duitsland reizen, zeer tot ongenoegen van DB-topman Hartmut Mehdorn. Die voerde aan dat een dergelijke tentoonstelling in een museum thuishoort en reizigers zou afschrikken om de trein te nemen.

De Duitse transportminister Wolfgang Tiefensee drukte het project echter door. “Mehdorn weigerde ook dat de ‘Train of Memory’, een trein vol met biografieën van jonge Holocaust-slachtofers, de sporen van Deutsche Bahn zou gebruiken, tenzij er tienduizenden euro’s vervoersonkosten zouden worden betaald,” meldt de Britse krant The Guardian. Deze trein zou tijdens de maand mei moeten aankomen in het concentratiekamp van Auschwitz.

Van de Reichsbahn werd alleen onderdirecteur Albert Ganzenmüller voor het organiseren van de transporten voor de rechter gedaagd. Zijn proces had plaats in 1973, maar tijdens de eerste dag werd hij medisch ongeschikt verklaard om terecht te staan. Ganzenmüller leefde daarna nog 23 jaar, maar heeft zich nooit meer voor zijn aandeel in de Holocaust moeten verantwoorden.

Meer over transport en verkeer