07-12-06

Shuttletreinen zijn de toekomst

Het spoorvervoer kan een aantrekkelijke schakel worden in het logistieke proces. Dat is de boodschap van een nieuwe brochure van het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL). Vooral van shuttletreinen - die in een vaste dienstregeling grote volumes over grote afstanden vervoert - wordt veel verwacht. Maar het VIL stelt wel dat er dan wel aan een aantal voorwaarden moet voldaan worden.

"De liberalisering van het spoorvervoer leidt tot een vernieuwde dynamiek in het spoorgebeuren," stelt Bart Vannieuwenhuyse, auteur van de nieuwe VIL-brochure. "Nieuwe spelers verkennen de spoormarkt en bieden vaak innovatieve producten aan. Ook de traditionele spelers komen met nieuwe initiatieven. Maar industriele en logistieke spelers in Vlaanderen kennen onvoldoende de mogelijkheden van het spoorvervoer in zijn huidige vorm."

Bart Vannieuwenhuyse voert aan dat veel gebruikers van het spoorvervoer zich laten leiden door slechte ervaringen uit het verleden en vanuit die perceptie het spoor niet ernstig in overweging nemen in het keuze van vervoerswijze. "Opvallend is dat niet-gebruikers negatiever staan tegenover het spoorvervoer dan gebruikers," aldus de auteur.

De Europese Commissie wil het spoorvervoer tegen 2020 een marktaandeel van vijftien procent in het goederentransport. Tegen dan zou het aantal tonkilometer in het totale goederenvervoer met ongeveer 50 procent stijgen. In Belgie heeft het spoor op dit ogenblik een aandeel van ongeveer 13 procent in het totale goederenvervoer. "Dat betekent dat het aantal tonkilometers tegen 2020 in Belgie met tachtig procent zou toenemen," aldus nog Bart Vannieuwenhuyse.

Het VIL oogt daarbij vooral naar het concept van de shuttletrein.. "Railoperatoren slagen er steeds meer in voldoende verladers gezamenlijk te laten kiezen voor hun klokvaste punt-tot-punt treindiensten," benadrukt de auteur. "Essentieel is echter dat men trajecten opzet waar er een balans is in goederentrafiek in beide richtingen. Ook de overslag op de spoorterminals is en blijft een belangrijke kritische succesfactor voor het spoorvervoer."

Volgens Bart Vannieuwenhuyse moeten de overheden een actieve bijdrage leveren inzake de integratie en harmonisatie van de spoorweginfrastructuur en van het ondersteunende ICT-systeem. "Zo kan het spoorvervoer verder uitgebouwd worden tot efficiente, veilige en milieuvriendelijke vervoerswijze. Maar slechts indien de spooroperatoren met competitieve, innovatieve producten naar de markt komen, is groei in marktaandeel voor het spoorvervoer realistisch."

De spoorinfrastructuur zal volgens het VIL op bepaalde plaatsen duidelijk uitgebreid moeten worden. "Vooral in en rond de Antwerpse haven zit men tegen de maximumcapaciteit aan," meent hij. "Daarom moet er een stipte timing in acht genomen worden voor de ingebruikname in 2011 van een tweede spoorwegtunnel onder de Schelde. Maar ook de tweede spoorwegtoegang tot de Antwerpse haven en de Ijzeren Rijn blijven belangrijke projecten."

Daarnaast is er volgens het VIL nood aan een aanspreekpunt voor het spoorvervoer. "Voor het gros van de gegadigden is de spoorsector een moeilijk te doorgronden en weinig transparante sector," zegt de auteur. "Een promotie- en adviesdienst voor het spoorvervoer is dan ook een must. Deze neutrale organisatie zou als aanspreekpunt de potentiele spoorgebruiker een eerste wegwijs kunnen bieden doorheen de complexe, maar soms kansrijke spoorwereld."