17-11-10

Amerikaanse bevolking tegen vrijhandelsakkoorden

De Amerikaanse bevolking is voorstander van een uitbreiding van de handel, maar is niet gelukkig met vrijhandelsakkoorden. Dat is de conclusie van een onderzoek van het Pew Research Center. De onderzoekers merken daarbij op dat de steun voor vrijhandelsakkoorden in de Verenigde Staten tot het laagste niveau in dertien jaar zijn teruggevallen. Daarbij wordt gewag gemaakt van een brede waaier van nadelen, zoals een verlies aan Amerikaanse banen, lagere lonen, een vertraging van de Amerikaanse economie. Wel wordt door een meerderheid van 54 procent toegegeven dat vrijhandelsakkoorden goed zijn voor de bevolking van landen van de derde wereld.

Opgemerkt wordt dat de meerderheid van de Amerikanen van mening is dat een uitbreiding van de handel met Canada, Japan en de Europese Unie, maar ook met India, Brazilië en Mexico, positief zou zijn voor de Verenigde Staten. De steun voor een uitbreiding van die handel varieert van 76 procent voor Canada tot 52 procent voor Mexico. Een uitbreiding van de handel met Zuid-Korea krijgt echter slechts de steun van 45 procent van de Amerikanen, maar ook 41 procent verzet zich tegen een dergelijke uitbreiding. Een grotere handel met China kan rekenen op de steun van 46 procent van de Amerikanen, maar hier worden bij 45 procent van de bevolking bezwaren opgetekend.

Daarentegen geeft slechts 35 procent van de Amerikaanse bevolking toe dat vrijhandelsakkoorden goed zijn voor de Verenigde Staten. Volgens 44 procent hebben deze overeenkomsten een negatieve impact op de Amerikaanse samenleving. Vorig jaar werden vrijhandelsakkoorden nog door 43 procent van de Amerikaanse bevolking gesteund. Volgens 55 procent van de Amerikanen leiden vrijhandelsakkoorden tot banenverlies in de Verenigde Staten. Slechts 8 procent is van mening dat die akkoorden tot een groeiende tewerkstelling zullen leiden. Ook zegt 43 procent dat deze akkoorden de Amerikaanse economie zullen vertragen, terwijl slechts 19 procent van mening is dat die overeenkomsten zullen leiden tot een economische groei.

11-09-10

Europa schort vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea op

De invoering van een vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Zuid-Korea zou mogelijk vertragingen kunnen oplopen, nadat een aantal lidstaten van de Europese Unie extra garanties hebben gevraagd voor de Europese industrie. Daarbij wordt vooral gewezen op mogelijke bedreigingen voor de autosector, die een zware impact zou kunnen ondervinden van de grotere concurrentie van de Zuid-Koreaanse autoconstructeurs. Italië dreigt met een veto tegen het vrijhandelsakkoord. Een definitieve beslissing over het vrijhandelsakkoord werd door het Europees Parlement uitgesteld. Gesteld werd dat het akkoord midden oktober opnieuw zou worden behandeld.

Er werd voorgesteld dat de invoertarieven voor Zuid-Koreaanse import zou worden opgedreven indien er een ernstige schade voor Europese producenten zou dreigen. Mogelijk zouden deze tarieven individueel kunnen worden vastgelegd voor de Europese lidstaten die door de concurrentie het zwaarste worden getroffen in plaats van in de hele Europese Unie. De Zuid-Koreaanse autosector heeft al een belangrijk aandeel op de Europese automarkt en die aanwezig blijft toenemen. Tijdens de eerste helft van dit jaar noteerde de Zuid-Koreaanse constructeur Hyundai op de Europese markt een verkoopgroei met 10 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. Bij Kia werd een groei met 13 procent opgetekend.

Europa vertegenwoordigt 15 procent van de totale uitvoer van de Zuid-Koreaanse autosector. Daarentegen gaat slechts 1 procent van de Europese auto-export naar Zuid-Korea. Dat draagt bij tot het groeiend handelstekort van Europa met Zuid-Korea. Dat handelstekort bedroeg tijdens de eerste vijf maanden van dit jaar bijna 5 miljard euro. De Europese autosector wijst al langer op de oneerlijke concurrentie van een vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea. Daarbij wordt opgemerkt dat Koreaanse producenten de kans krijgen om in Europa aan bijzonder concurrentiële prijzen op de markt te komen, dankzij onder meer goedkope componenten die in andere landen, zoals China, worden gemaakt.