21-07-06

China wordt derde grootste donor voedselhulp

China is het voorbije jaar uitgegroeid tot de derde grootste donor van voedselhulp. Dat blijkt uit cijfers van het International Food Aid Information System (Interfais). De wereldwijde voedselhulp steeg dat jaar met tien procent tot 8,2 miljoen ton. China vertegenwoordigde meer dan de helft van die toename, waarbij zijn voedselhulp meer dan verdubbelde tegenover het jaar voordien.

China verstrekt het voorbije jaar 577.000 ton voedselhulp, meestal met Noord-Korea als bestemming. Chinese voedselhulp kwam verder ook terecht in Liberia, Guinea Bissau, Sri Lanka en een tiental andere landen. Canada dreef zijn voedselhulp met 42 procent op tot 275.000 ton. Relatief nieuwe donoren, zoals Tsjechië, Griekenland en Polen hebben hun voedselhulp op een jaar tijd verdubbeld of verdrievoudigd. Donaties door niet-gouvernementele organisaties, zoals het Rode Kruis, kenden een toename met 64 procent.

De Verenigde Staten blijven de grootste bron van voedselhulp. Het voorbije jaar zorgde het land voor vier miljoen ton voedselhulp, ongeveer 49 procent van alle voedselhulp die wereldwijd wordt uitgedeeld. De Europese Unie komt aan 1,5 miljoen ton. Daarbij valt vooral een verhoging op vanwege de Europese Commissie, Oostenrijk, Denemarken, Nederland en Zweden.

"Maar er is nog altijd niet voldoende voedselhulp om alle nood te lenigen," vertelde James T. Morris, directeur van het World Food Programme. "De hulp van nationale overheden heeft zijn hoogste niveau uit de geschiedenis gehaald en het is dan ook moeilijk te vatten dat er nog altijd niet voldoende voedsel is om iedereen te voeden. Ondanks de groeiende welvaart stijgt het aantal ondervoede mensen met vier miljoen per jaar. Er is absoluut nodig aan een prioritair voedingsprogramma."

Het is de eerste keer dat meer dan de helft van alle voedselhulp bestemd was voor Zwart-Afrika, dat ongeveer 4,6 miljoen ton voeding kreeg. Ethiopië kreeg de meeste hulp met 1,1 miljoen ton voeding. Andere belangrijke Afrikaanse bestemmingen waren Soedan, Oeganda, Eritrea en Kenia. De voedselhulp voor Azië steeg met veertien procent, vooral voor Noord-Korea (1,1 miljoen ton), maar ook Bangladesh, Indonesië en Sri Lanka. De hulp aan Latijns-Amerika steeg met acht procent. Hulp aan het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Oost-Europa en de gewezen Sovjet-republieken kende een daling.